Juridische methoden
     

    Begrippenlijst

    (ten) Principale

    als de Hoge Raad na cassatie de zaak zelf afdoet in plaats van te verwijzen naar een gerechtshof.

    Absolute competentie

    aanduiding van het soort rechter (d.w.z. rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad of een andere rechterlijke instantie) dat bevoegd is om over een zaak te oordelen. Zie ook: relatieve competentie.

    Advocaat

    raadsman of raadsvrouw.

    Advocaat-generaal

    1. vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie bij een gerechtshof; 2. adviseur van de Hoge Raad.

    Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

    beslist in hoogste (algemene) instantie in geschillen over besluiten van bestuursorganen.

    Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

    normen voor het (beoordelen van) handelen van bestuursorganen.

    Alternatieve voorwaarden

    toepassingsvoorwaarden in een rechtsregel die elk afzonderlijk tot het rechtsgevolg kunnen leiden.

    Anticiperende interpretatie

    methode waarbij men bij het interpreteren van een rechtsregel uitgaat van bijna in werking getreden wetgeving.

    Appèl

    hoger beroep bij gerechtshof tegen uitspraak rechtbank.

    Appellant

    degene die hoger beroep instelt tegen uitspraak in eerste aanleg.

    Arbitrage

    geschillenbeslechting waarbij niet de rechter, maar arbiters een uitspraak doen.

    Arrest

    uitspraak van gerechtshof of Hoge Raad in dagvaardingsprocedure. 

    Arrondissement

    geografische eenheid van de rechterlijke organisatie met rechtbank. Zie ook: Ressort.

    Balie

    de advocatuur en haar orde.

    Belangenafweging

    bij rechtsvinding: methode waarbij de rechter tot een beslissing komt door de bij de rechtsregel betrokken belangen tegen elkaar af te wegen.

    Belanghebbende

    iemand wiens belang rechtstreeks betrokken is bij een besluit of geschil.

    Beschikking

    1. beslissing bestuursorgaan; 2. rechterlijke uitspraak in verzoekschriftprocedure.

    Bestuursorgaan

    orgaan belast met overheidstaken waarvoor bevoegdheden zijn verleend.

    Bestuursrechtspraak

    rechtspraak over besluiten van bestuursorgaan.

    Bewijslast

    de verplichting tot het leveren van bewijs.

    Bodemprocedure

    normale procedure bij de rechtbank, anders dan een spoed­eisende procedure in kort geding.

    Cassatie

    beroep bij Hoge Raad tegen beslissing van een lagere rechter.

    Cassatiemiddel

    betoog van eiser/verzoeker tot cassatie waarmee een rechterlijke uitspraak wordt bestreden.

    Casseren

    vernietigen van een uitspraak van lagere rechter door Hoge Raad.

    Centrale Raad van Beroep

    instantie die in hoger beroep beslist in geschillen over sociale verzekeringswetten en ambtenarenzaken.

    College van Beroep voor het bedrijfsleven

    college dat oordeelt over geschillen op het terrein van het sociaaleconomisch bestuursrecht.

    Conclusie

    1. gemotiveerd standpunt eiser/eis OM; 2. advies van procureur- of advocaat-generaal aan Hoge Raad over een zaak in cassatie.

    Conclusie van antwoord

    eerste verweer gedaagde in een civiel proces.

    Conclusie van repliek

    reactie eiser op conclusie van antwoord gedaagde.

    Contentieus

    geeft aan dat er sprake is van een procedure op tegenspraak (contentieuze rechtspraak). Zie ook: Voluntair. 

    Conventie

    aanduiding vordering eiser in civiel proces. Zie ook: Reconventie.

    Cumulatieve voorwaarden

    toepassingsvoorwaarden in een rechtsregel die alleen gezamenlijk tot het rechtsgevolg kunnen leiden.

    Dagvaarding

    geschrift waarmee de gedaagde of verdachte wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen.

    Dictum

    onderdeel van een rechterlijke uitspraak waarin de beslissing wordt gegeven; wordt meestal voorafgegaan door overwegingen van de rechter.

    Dupliek

    antwoord van gedaagde op conclusie van repliek van eiser.

    Eerste instantie

    Gerecht dat als eerste oordeelt.

    Eis

    zie vordering.

    Eiser

    degene die een civiele of bestuursrechtelijke procedure begint.

    Enkelvoudige kamer

    zitting met één rechter die recht spreekt (o.a. politierechter, kinderrechter, president in kort geding en economische politierechter).

    Enkelvoudige voorwaarde

    toepassingsvoorwaarde in een rechtsregel die tot het rechtsgevolg leidt.

    Enuntiatieve opsomming

    niet-uitputtende opsomming, kan uitgebreid worden; staat tegenover limitatieve opsomming.

    Executie

    o.a. tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak, eventueel met behulp van een deurwaarder.

    Formeel recht

    regels van procesrecht (o.a. in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Wetboek van Strafvordering en Algemene wet bestuursrecht). Zie ook: Materieel recht.

    Geïntimeerde

    wederpartij van appellant in procedure bij gerechtshof.

    Gedaagde

    degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht (civiel en strafrecht).

    Gelaedeerde

    iemand die schade heeft geleden.

    Gemachtigde

    vertegenwoordiger die namens een partij optreedt in de procedure.

    Gerechtelijk vooronderzoek

    fase in strafzaak waarin de rechter-commissaris het onderzoek leidt.

    Gerechtshof

    rechterlijke instantie die in hoger beroep oordeelt.

    Gerekestreerde

    wederpartij van verzoeker in verzoekschriftprocedure.

    Gerekwireerde

    tegenpartij van eiser/rekwirant tot cassatie in strafzaken.

    Getuige à  charge

    getuige in een strafproces die wordt opgeroepen door de officier van justitie.

    Getuige à  decharge

    getuige in een strafproces die is opgeroepen door de verdachte of zijn advocaat.

    Grammaticale interpretatie

    methode waarbij men bij het interpreteren van een rechtsregel uitgaat van het gewone of het technisch-juridische spraakgebruik.

    Grief

    Bezwaar dat in (hoger) beroep wordt aangevoerd tegen een uitspraak. 

    Herziening

    buitengewoon rechtsmiddel tegen onherroepelijke veroordelingen in strafzaken; alleen mogelijk als zich nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan (novum). 

    Hof/hoven

    zie: Gerechtshof .

    Hoge Raad

    rechtscollege dat oordeelt in cassatie, in de regel na hoger beroep bij gerechtshof.

    Hoger beroep

    het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter.

    Immateriële schade

    schade veroorzaakt door verdriet, smart of geestelijk gemis.

    Incidenteel appèl

    hoger beroep, ingesteld nadat de wederpartij ook al appèl heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing.

    Interlocutoir vonnis

    tussenvonnis waarbij de rechter bewijsopdracht geeft, of een onderzoek of instructie beveelt.  

    Interpretatiemethoden

    instrumenten waarmee men tot een interpretatie van een rechtsregel kan komen, bijvoorbeeld de taalkundige, de systematische of de teleologische interpretatie.

    Juncto

    in verband met.

    Jurisprudentie

    (geheel van) rechterlijke uitspraken; rechtspraak.

    Kamer

    onderdeel van een gerecht, bijv. een strafkamer.

    Kort geding

    procedure in spoedeisende zaak resulterend in een voorlopige voorziening.  

    Lijdelijk

    meestal aanduiding van opstelling civiele rechter, die alleen beslist over de geschilpunten die de partijen zelf naar voren brengen en zich terughoudend opstelt.

    Limitatieve opsomming

    opsomming in rechtsregel die uitputtend is; staat tegenover enuntiatieve opsomming.

    Litigieus

    in het geding zijnde.

    Magistratuur

    de rechterlijke macht: rechters (zittende magistratuur) en de leden van het Openbaar Ministerie (staande magistratuur).  

    Materiële schade

    schade die direct in geld is uit te drukken.

    Materieel recht

    dat deel van het recht waarin rechtsplichten en bevoegdheden voor justitiabelen zijn geformuleerd. Zie ook: Formeel recht.

    Mediation

    het oplossen van conflicten met de hulp van een neutrale conflictbemiddelaar: de mediator.

    Meervoudige kamer

    kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters.

    Memorie van antwoord

    datgene dat de geïntimeerde aanvoert tegen hetgeen de eiser stelt in een appèlprocedure in civiele zaken. 

    Memorie van grieven

    datgene dat de appellant vordert in een hoger beroepsprocedure in civiele zaken.

    Minuut

    origineel exemplaar van een gerechtelijk stuk. 

    Misdrijf

    zwaar strafrechtelijk vergrijp. Zie ook: Overtreding.

    Niet-ontvankelijk

    1. zaak is niet vatbaar voor berechting (civiel recht);   2. geen recht tot strafvervolging door OM (strafrecht).

    Novum

    nieuw feit.

    Officier van justitie

    vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

    Onrechtmatig verkregen bewijs

    bewijs dat het Openbaar Ministerie niet volgens de regels van het recht heeft verkregen.  

    Ontoerekeningsvatbaar verklaren

    het niet toerekenen van een strafbaar feit aan de dader vanwege zijn geestelijke toestand. 

    Ontslag van rechtsvervolging

    beslissing rechter dat tenlastegelegde feit wel is gepleegd, maar dat dit geen strafbaar feit is of dat de verdachte niet strafbaar is. 

    Onvoorwaardelijke straf

    straf die uitgevoerd wordt. Zie ook: voorwaardelijke straf.

    Openbaar Ministerie

    valt onder het ministerie van Justitie; geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten.

    Opportuniteitsbeginsel

    grondslag voor bevoegdheid officier van justitie om te beslissen om wel of niet te vervolgen.

    Overtreding

    licht strafrechtelijk vergrijp (anders dan misdrijf).

    Pleidooi

    mondelinge onderbouwing van het in het geding ingenomen standpunt. 

    Politierechter

    alleensprekende rechter van de rechtbank in strafzaken.

    Precedent

    bestaande rechterlijke beslissing die als uitgangspunt dient voor een te nemen rechterlijke beslissing.

    Preparatoir vonnis

    tussenvonnis waarbij de rechter partijen vraagt om stukken over te leggen. 

    President

    voorzitter rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad.

    Primair

    eerste vordering/tenlastelegging of verzoek; met een primaire vordering wordt aangegeven welke van de vorderingen de belangrijkste is in een reeks. Zie ook Subsidiair. 

    Principaal beroep

    het eerst ingestelde hoger beroep in tegenstelling tot het incidenteel beroep.

    Proces-verbaal

    1. schriftelijk verslag van wat op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren.

    Procureur-generaal

    vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie bij een gerechtshof. Zie ook: Advocaat-generaal.

    Procureur-generaal (P-G) bij de Hoge Raad

    hoofd van het parket bij de Hoge Raad; leden van dit parket adviseren de Hoge Raad over te nemen beslissingen in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Zie ook: Advocaat-generaal.

    Raad van State

    adviescollege dat adviseert over wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van bestuursorganen. 

    Raadkamer

    1. rechterlijk college dat strafzaken behandelt in niet-openbare zittingen; 2. beraad tussen de rechters na de openbare zitting.

    Raadsheer

    rechter (m/v) bij het gerechtshof of de Hoge Raad.

    Rechtbank

    rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt (civiel, straf- en bestuursrecht).

    Rechterlijke macht

    zie Magistratuur.

    Rechtshistorische interpretatie

    methode waarbij men bij het interpreteren van een rechtsregel een beroep doet op andere historische bronnen dan de totstandkoming van de wet; zie ook wetshistorische interpretatie.

    Reconventie

    tegeneis; door de gedaagde tegelijk met de conclusie van antwoord ingediende vordering. Zie ook: Conventie. 

    Rekest

    verzoekschrift. 

    Relatieve competentie

    geeft aan in welke plaats in Nederland een procedure gestart moet worden. Zie ook: Absolute competentie.  

    Repliek

    datgene dat de eiser aanvoert ter weerlegging van wat de gedaagde in de conclusie van antwoord heeft gesteld (civiele zaken). 

    Requestrant

    verzoeker in een rechtszaak. 

    Requirant

    degene die een vordering indient. 

    Requireren

    het ter zitting eisen van een straf of maatregel door de officier van justitie. 

    Requisitoir

    de aanklacht van de officier van justitie tijdens een strafproces.

    Ressort

    geografische eenheid van de rechterlijke organisatie; er zijn vijf ressorten, onderverdeeld in negentien arrondissementen; elk ressort heeft een eigen gerechtshof.

    Ressortsparket

    kantoor van het Openbaar Ministerie bij het gerechtshof. 

    Rol

    een lijst van de zaken die op de zitting worden behandeld.

    Rolzaak

    procedure die (in beginsel) door een dagvaarding wordt aangebracht voor de civiele rechter. 

    Rolzitting

    zitting in civiele zaken waar procedurele beslissingen worden genomen en de stukken van de partijen worden uitgewisseld.

    Schending van het recht

    cassatiegrond die inhoudt dat de rechter uitgegaan is van een verkeerde rechtsopvatting. Zie ook: Verzuim van vormen.

    Sprongcassatie

    besluit van partijen om hun geschil na de einduitspraak in eerste aanleg zonder hoger beroep aan de Hoge Raad voor te leggen. 

    Staande magistratuur

    vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie. Zie ook: Rechterlijke macht.

    Strafkamer

    eenheid van strafrechters van rechtbank, gerechtshof of Hoge Raad.

    Subsidiair

    volgt op primaire vordering of tenlastelegging. Zie ook: Primair.

    Systematische interpretatie

    methode waarbij men bij het interpreteren van een rechtsregel uitgaat van het systeem van de wet en het recht.

    Taalkundige interpretatie

    zie grammaticale interpretatie.

    Teleologische interpretatie

    methode waarbij men bij het interpreteren van een rechtsregel uitgaat van het doel, de strekking of ratio van de regel.

    Tenlastelegging

    deel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt. 

    Tussenvonnis

    vonnis waarbij de rechter geen eindbeslissing geeft.  Zie ook interlocutoir en preparatoir vonnis.

    Uitvoerbaar bij voorraad

    de mogelijkheid om een uitspraak onmiddellijk te doen uitvoeren.

    Verstekvonnis of bij verstek veroordeeld zijn

    veroordeling die wordt uitgesproken terwijl de gedaagde of verdachte niet op de zitting is.

    Verweer

    de verdediging die een partij voert tegen vorderingen van de eiser of de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure.

    Verzet

    bezwaar tegen een uitspraak dat iemand kan indienen die bij verstek veroordeeld is. Zie ook: Verstekvonnis.

    Verzoekschrift

    procedures waarbij geen sprake is van een geschil met een tegenpartij, vangen aan met een verzoekschrift. De verzoekschriftprocedure wordt vanwege het informele karakter ook gebruikt in sommige gevallen waarbij er wel sprake is van een geschil (bijvoorbeeld in arbeids- en familiezaken).

    Verzuim van vormen

    cassatiegrond niet bestaande uit een verkeerde rechtsopvatting maar een niet-naleving van vormvoorschriften, bijvoorbeeld een motiveringsgebrek.

    Voluntair

    geeft aan dat er geen sprake is van een geding tussen partijen, bijvoorbeeld in voogdij of adoptie. Zie ook: Contentieus.

    Vonnis

    een uitspraak van de rechtbank in een procedure die begint met een dagvaarding. Zie ook: Beschikking.

    Voorlopige hechtenis

    verzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenneming en gevangenhouding.

    Voorlopige voorziening

    een voorlopige beslissing in spoedeisende zaken.

    Voorwaardelijke straf

    straf die pas wordt uitgevoerd als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt.

    Vordering

    eis in rechte ingesteld.

    Vormverzuim

    het verwaarlozen of niet in acht nemen van vormvoorschriften in een proces of door een bestuursorgaan.

    Vrijspraak

    beslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

    Wetshistorische interpretatie

    methode waarbij men bij het interpreteren van een rechtsregel een beroep doet op de bedoeling van de wetgever ten tijde van de totstandkoming van de wet.

    Wraking

    verzoek aan de rechtbank of het gerechtshof om een rechter of raadsheer in een bepaalde zaak te vervangen, omdat hij partijdig zou zijn.

    Zittende magistratuur

    aanduiding voor de rechters. Zie ook Rechterlijke macht.